> TOEKOMST VAN DE SCHEEPVAART
Zijn er straks nog wel zeevarenden?
Vroeger voeren zeevarenden standaard tot aan hun pensioen. Dat is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Ook de instroom in de opleidingen verandert. Wat zegt dit over de toekomst van de sector? 7 Nederlandse zeevaartscholen delen hun inzichten.
Vonk Den Helder

Jan ter Haar
docent nautische vakken
“Toen ik in 1981 op de zeevaartschool begon, zei de directeur al dat varen een uitstervend beroep was. We zijn nu ruim 40 jaar verder en ik hoor diezelfde boodschap nog steeds. Maar de werkelijkheid is precies het tegenovergestelde. De vraag naar goed opgeleide mensen is groot. Wie deze richting kiest, heeft vrijwel altijd werk. Niet alleen aan boord, maar ook aan de wal, in havens, bij rederijen en in de maritieme techniek. Dat weten ze in Den Haag ook. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders en rederijen zelf erkennen dat er de komende jaren veel meer studenten nodig zijn om de sector sterk en toekomstbestendig te houden. Maar dan moet er wel meer gebeuren dan nu. De promotie van het vak is simpelweg te beperkt. Als we willen dat jongeren voor de zeevaart kiezen, moeten we ze laten zien hoe bijzonder dit beroep is: technisch, internationaal, avontuurlijk en met uitstekende baankansen. De sector heeft mensen nodig. En die moeten we met elkaar veel actiever werven dan we nu doen.”
Hogeschool Rotterdam

Chantal Valentijn
opleidingsmanager
“De laatste 5 jaar is het aantal aanmeldingen vrij stabiel: zo rond de 50 studenten per jaar. Ongeveer 75 procent daarvan haalt het diploma. Ik vraag me af of het aantal aanmeldingen echt lager is. Rond 2014 hadden we een enorme piek, maar zo’n 20 jaar geleden zaten we ook op het aantal van nu. Helaas weten we niet hoe het daarvóór was. Wat we niet moeten vergeten, is dat er minder mensen aan boord zitten dan 20 of 30 jaar geleden. Er zijn dus ook minder mensen nodig. Maar de vraag naar Nederlandse zeevarenden blijft altijd, denk ik. Hun directheid, hun vermogen om problemen op te lossen en hun goede opleiding maken Nederlanders aantrekkelijke werknemers.”
Maritiem en Logistiek College De Ruyter Vlissingen

Arno Siereveld
onderwijsmanager
“Dit studiejaar hadden we 57 aanmeldingen, daarvoor was het lager. Hopelijk blijft het rond de 50, dat aantal hebben we minimaal nodig om de opleiding draaiende te houden. Ik zie dat veel van onze studenten na hun eerste verplichte stage in de koopvaardij overstappen naar waterbouw en offshore vanwege de arbeidsvoorwaarden. Hoger loon, korter van huis, meer voorzieningen aan boord. Ik merk dat dat studenten aantrekt. Ik denk dat onze alumni gemiddeld 5 jaar varen. Het is een jeugdberoep: zodra zeevarenden een gezin stichten, gaan ze vaak aan wal werken. Daar hebben ze trouwens hele goede baankansen. De studie marine-officier is namelijk de beste technische opleiding van Nederland.”

Jaarlijks monitort de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders de instroom van het zeevaartonderwijs. Na de piek van 2014 blijven de inschrijvingen dalen.
Nova College

Patrick Randel
programmamanager
“We hebben 2 locaties: IJmuiden en Harlingen. Bij beide hebben we nu 1 klas met studenten. Tot 10 jaar geleden waren dat er 2. Het aantal aanmeldingen daalt langzaam. Ondanks dat we steeds meer tijd en geld steken in promotie. Daarin werken we nauw samen met de andere mbo- en hbo-opleidingen. De sector staat onder druk, terwijl de zeevaart voor Nederland juist een kritische sector is, die bovendien werkzekerheid biedt. Maar er is te veel financiële druk bij het uitvoeren van deze opleidingen. Daarom is een gezamenlijke aanpak nodig van scholen, de brancheverenigingen en de overheid om dit type onderwijs overeind te kunnen houden. Zeevarenden spelen een belangrijke rol in de promotie van de het beroep. Zij kunnen zorgen voor een fantastische stage-ervaring voor de studenten aan boord. En ze kunnen studenten enthousiasmeren voor het vak.”
STC Group Rotterdam

Brevan Huijkman
onderwijsmanager
“De laatste jaren hebben we ongeveer 120 aanmeldingen per jaar, verdeeld over onze 3 locaties. Dat waren er veel meer. Maar na een flinke daling is het gelukkig nu alweer een paar jaar stabiel. Zo’n 20 studenten kiezen voor een mbo 2-opleiding, de rest voor mbo 4. Ik vind het leuk om te zien dat er steeds meer vrouwen voor de studie kiezen. Het aantal is laag, maar groeit wel. We hebben helaas weinig studenten met een migratie- achtergrond. We doen wel moeite om ze te werven, bijvoorbeeld samen met de gemeente Rotterdam. Ik denk dat het vak van zeevarende altijd zal blijven bestaan. Ondanks alle techniek en de plannen voor onbemande schepen, heb je mensen aan boord nodig. Je laat niet een miljoenenlading onbemand op de oceaan dobberen. En Nederlanders zijn en blijven gewild aan boord. Om hun probleemoplossend vermogen en hun heldere, duidelijke communicatie.”
Hogeschool van Amsterdam

Iris Bijker
opleidingsmanager
“We hadden altijd rond de 40 aanmeldingen per jaar, in 2021 zakte dat naar ongeveer 25. Terwijl de kosten van de opleiding hoog zijn. Daarom heeft het College van Bestuur besloten de opleiding te pauzeren: volgend schooljaar nemen we geen nieuwe studenten aan. Over de toekomst van de opleiding is nog geen besluit genomen, ondanks berichten in de media. We willen als hogeschool blijven bijdragen aan de ontwikkeling van maritieme kennis en onderwijs. Daarom verkennen we hoe dit ook in de toekomst een plek kan houden binnen onderwijs en onderzoek van onze school. Meer scholen hebben te maken met een laag aantal inschrijvingen. Dat kan niet voor altijd zo blijven. Misschien moeten we meer nadruk leggen op wat je allemaal kunt met dit diploma. Namelijk heel veel, binnen én buiten de scheepvaart.”
HZ University of Applied Sciences Vlissingen

Bertha Ooms-de Waal
opleidingsmanager en
vakdocent
“In 2017 hadden we 70 studenten, daarna zakte dat naar 33. Inmiddels stijgen de aantallen gelukkig weer, vorig jaar hadden we 45 nieuwe studenten. We doen er ook heel veel moeite voor. We organiseren de Maritime Experience Day. Havo-leerlingen kunnen dan een dag lang de opleiding en de sfeer op en rondom een schip ervaren. Ik merk dat dat helpt om nieuwe studenten aan te trekken. We werven ook actief in België. Daar is namelijk geen zeevaartopleiding op hbo-niveau. Los van de instroomdiscussie merk ik dat de koopvaardij als werkgebied steeds minder populair is. Veel afgestudeerden kiezen voor de waterbouw: goede secundaire arbeidsvoorwaarden en een goed salaris. Dat is natuurlijk belangrijk, maar we moeten ook breder kijken. Hoe belangrijk vindt de overheid onze sector? Toen ik voer, had je bijvoorbeeld de zeedagenaftrek: een extra aftrekpost voor je belasting. Die is afgeschaft. Ik denk dat het helpt als de overheid zich realiseert wat de waarde van onze sector is.”
Help mee!